Original source (on modern site) | Article images: [1] [2]
De zoete lekkernijen zijn al decennialang populair aan de kust. Zandkastelen bouwen, schelpen zoeken en een Berlijnse bol eten: voor veel Belgen is een dagje op het strand pas compleet als de strandventer met 'boules de Berlin' is langsgeweest. Hoe is dat ronde, gesuikerde gebakje eigenlijk op ons strand terechtgekomen? Klopt het dat het écht uit Berlijn komt? Radio 2 duikt in de geschiedenis van deze nostalgische lekkernij. Radio 2 verheldert voor de 6e zomer op rij Vlaamse mysteries. Beluister elke aflevering van de podcast op VRT MAX. Wie denkt dat de Berlijnse bol zijn naam dankt aan de Duitse hoofdstad, heeft het mis. Volgens Ina Ruckebusch van het Bakkerijmuseum in Veurne dook het gebakje al op het einde van de 17e en begin van de 18e eeuw op in heel Duitstalig Europa. De lokale namen waren (en zijn nog steeds) 'Pfannkuchen' of 'Krapfen'. Het verhaal dat een Berlijnse bakker het gebakje uitvond in de vorm van een kanonskogel nadat hij werd afgewezen als soldaat? "Dat is gewoon een culinaire mythe," zegt Ruckebusch. "Voor de geschiedenis van veel gebakjes en taarten is niet 1 specifieke chef-kok of bakker verantwoordelijk." De naam 'Berlijnse bol' verwijst waarschijnlijk naar de Berliner Pfannkuchen, een term die halverwege de 19e eeuw populair werd in Europa. Voor de ontstaansgeschiedenis van heel wat gebakjes en taarten is er niet 1 persoon verantwoordelijk Hoe het gebakje bij ons terechtkwam, is niet met zekerheid te zeggen, maar Ruckebusch heeft een sterk spoor. "Belgische patissiers lazen in de 19e eeuw Franse receptenboeken, omdat er in België nog geen formele bakkersopleiding bestond. Veel van hen gingen ook op stage in Frankrijk." "In 'Le Pâtissier Moderne' bijvoorbeeld van Gustave Garlin, een Franstalig receptenboek uit het einde van de 19e eeuw, staat op bladzijde 716 een recept voor de 'Fenne Coucque': de Franse verwijzing naar 'Pfannkuchen'." Zo vond het gebakje stilletjes zijn weg naar de Belgische bakkerijen, zonder dat er 1 grote introductie aan te pas kwam. In de oudste recepten werd de bekende bol gevuld met abrikozenconfituur of soms met pruimen- of aalbessenconfituur. De banketbakkersroom die wij in België zo goed kennen, is een latere variant. "Eind 19e en begin 20e eeuw duiken recepten met banketbakkersroom al op in Frankrijk, België en Nederland", zegt Ruckebusch. "Dat die puddingvariant uit Diksmuide komt en na de Eerste Wereldoorlog 'boule de l'Yser' werd genoemd is ook een culinaire mythe. De zogenaamde 'ijzerbollen' verschenen pas na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren 50 of 60." De strandverkoop van Berlijnse bollen gaat terug tot 1905. In het Stadsarchief van Blankenberge vond Inga Scharley de notulen van de gemeenteraad van 13 juli 1905. Daarin staat een brief van ene Rodolphe Dies uit Brussel, die vroeg de toestemming om met Berlijnse bollen te leuren op het strand en de zeedijk van Blankenberge. Zijn aanvraag werd geweigerd, maar eerder dat jaar, op 22 mei, had hij wél al een vergunning gekregen. "Waarschijnlijk was hij die kwijtgespeeld, want in die beginperiode was er een wildgroei aan leurders en de stad wilde die inperken. 2 jaar later, in 1907, kreeg hij uiteindelijk opnieuw toestemming om bollen te verkopen, maar dan moest hij taks betalen. De stad voerde een concessiesysteem in," zegt Inga. Rodolphe Dies is dus de man achter een traditie die meer dan een eeuw later nog altijd leeft. De start van de verkoop van Berlijnse bollen op het strand verliep niet van een leien dakje voor Rodolphe Dies. Verse bollen met crème of confituur! In De Haan verkoopt Dennis Bouwens al decennialang Berlijnse bollen onder de naam 'Louis', het bedrijf genoemd naar zijn vader. Die begon in 1962 zijn eigen zaak, nadat hij vijf zomers lang met de fiets naar Blankenberge had gereden om bollen te verkopen voor een zieke collega. Dennis maakt de bollen nog steeds in een klein ateliertje, een vroegere slaapkamer. Hij heeft de taak van zijn vader overgenomen en zijn jobstudenten trekken het strand op. Met een fluitje, want roepen doen ze niet meer. Zijn vader deed dat nog wel: "Verse bollen met crème of confituur!" De weegschaal van zijn ouders gebruikt Dennis nog altijd. "Ik hou van die nostalgie", zegt hij. En de truc voor een goede verkoop? "Loop met de wind mee, zodat de geur zich voor je verspreidt. Dan weet iedereen op het strand dat er iets lekkers aankomt." Pas in 1905 start de verkoop van Berlijnse bollen op het strand. Ook in Koksijde, Knokke-Heist en Blankenberge trekken strandventers met verse Berlijnse bollen over het zand. In Koksijde is bakker Thomas Gheysen nog maar net gestart met de verkoop: "We verkopen nu gemiddeld 250 Berlijnse bollen per dag. Dat is al een goed begin, maar ik verwacht dat het nog zal toenemen deze zomer, zeker wanneer het bouwverlof start." Dat bevestigt Armand De Neve die in Blankenberge en Knokke-Heist verkoopt: "Nu verkopen we gemiddeld 300 à 400 verse bollen per dag, maar dat zal nog stijgen. Het drukste moment is tussen 21 juli en 15 augustus. Dan verkopen we er gemakkelijk 1.500 per dag." Toch moeten de verkopers opboksen tegen meer concurrentie. "Er zijn nu meer brasserieën, ijsventers en supermarkten aan de kust. Mensen nemen sneller iets mee uit de winkel om op het strand te eten", zegt bakker Thomas. Die concurrentie is stevig, vult Armand aan: "Wij hebben altijd geconcurreerd met de ijsventers in Blankenberge. Dat was hard tegen hard. We zijn geen vijanden, maar proberen elkaar toch altijd voor te zijn. Wie eerst op ronde start, verkoopt natuurlijk meer." "Ondanks die concurrentie blijft de charme en nostalgie van de Berlijnse bol enorm aanspreken, zowel bij jonge gezinnen als bij 60 en 70 plussers. Mensen worden er oprecht blij van," vertelt Thomas. "Onze traditie sterft zeker niet uit." "Vroeger, toen de buitenlandse reizen enorm duur waren, was het enorm populair. Dan was er meer volk aan de kust dat langer bleef. Die tendens is zo'n 20 jaar geleden beginnen te veranderen. Maar de laatste 10 jaar stemmen mensen hun trip opnieuw af op het weer. We blijven afhankelijk van het weer, maar bij mooi weer blijft het de mooiste job om te doen," besluit Armand.